|
HET VROEGER |
||
|
|
k r ij g s g e v a n g e n s c h a p |
|
|
|
Iets na middernacht, 13 februari 1943. Ik had er toen 24 levensjaren op zitten, mijn verjaardag dus. Het was een zware vermoeiende dag geweest zoals elke dag sinds 8 maart 1942 toen ik in krijgsgevangenschap bij de Japanners werd ingesloten, na de capitulatie van het Koninklijk Nederlansch Indisch Leger, na twee weken oorlog tegen het invasieleger van Nippon op West Java. Officier, tweede luitenant der infanterie . . . vergeet het maar ; bij binnengaan in het krijgsgevangenkamp moesten de rang-militairen, dus ook wij officieren hun onderscheidingstekens afdoen; een flagrante schending van de conventie van Genève, ik dus mijn sterren en was zodoende verder doodgewoon galeislaaf. Verbleef achtereenvolgens in de kampen : -een kazerne in Bandoeng ; -een groot complex in Tjilatjap ; -een gevangenis in Batavia, teneinde vanuit de haven Tandjong Priok, zoals zovelen vóór mij, per boottransport te worden afgevoerd naar diverse Nippon werkkampen, om er als slaaf voor de "Keizer" je dood te zwoegen. Maar voor mij had het lot kennelijk iets beters in petto. Die boottransporten werden voor de Jap steeds problematischer. Ze moesten er uiteindelijk mee stoppen omdat elk uitvarend transportschip door de geallieerden werd getorpedeerd. En zo ben ik in het kamp Batavia tot aan de capitulatie van Japan blijven hangen. Er schortte niets aan mijn gezondheid. Ik had er steeds voor gezorgd voldoende "gezonde" voedingsstoffen binnen te krijgen, slangen, wormen, sprinkhanen en meer van dat ongediertige eiwittenspul, alsook zelf geplukte cocosnoten tijdens het verblijf in het kamp Tjilatjap, dat midden in een klapperbomenbos stond. En in het kamp Batavia werkte ik in de kampkeuken, die naast de Japanse keuken lag, dus........'s nachts onder de prikkeldraad afscheiding kruipen en je voorzien van "extraatjes" uit des keizers voorraden. Kortom ik was in staat behoorlijk zwaar werk te blijven verrichten. Mijn kamptaak in dat kamp Batavia bestond er namelijk uit elke ochtend vroeg (04:00 uur) te beginnen met het aandragen van water voor de kampkeuken. Dat deden we met z'n tweeën, over zo'n honderd meter naar de waterput heen en terug, zes drums van twee honderd liter voor het koken van rijst voor het hele kamp. Daarna werkend als stoker; het aansteken en op gang houden van de vuurgangen en vervolgens het reinigen van de drums, het schonen van de vuurgangen en verzamelen van de as voor de zeepziederij, alsook de mee verbrande slachtveebeenderen die werden vermalen tot kalk ten behoeve van de ziekenboeg voor medische doeleinden. Omdat ik deze vroeg en laatdiensten had was mij door de kampleiding, voor mijn onderkomen, een éénmans betonnen isoleercel van zo'n 5 M2 toegewezen, een klein "voorrecht...". mijn slaapplaats was een betonnen verhoging als "tempat orang tidoer" ************************************************************************************************************* EN TOEN Wat mij die nacht was overkomen; een hoogst merkwaardige belevenis. Omstreeks 03:00 uur, de 13de februari 1943, ontwaakte ik, 24 jaar oud. Had ik gedroomd ? Of was het iets anders ? Het was zo werkelijk, zo duidelijk, zo indringend. Daarom dat ik het nu maar een "ervaring" heb benoemd. Tenslotte, zo men wil, is een "droom" toch ook een ervaring, niet, en zeker in dit geval, alleszins waard om het verder uit te diepen, vooral voor wat betreft die marlango symboliek. Lees over deze DROOM. ®
|
Copyright © 2004 MARLANGO® . Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 14 november 2006
.